Probleemverhalen

Probleemverhalen gaan meestal over een moeilijke periode in het leven van cliënten. Praten over probleemverhalen kan dan opluchting, overzicht en verwerking bieden. Toch blijken veel probleemverhalen die cliënten vertellen juist bij te dragen aan de instandhouding van problemen. Dit soort probleemverhalen dringen zich telkens op, waardoor cliënten er over blijven piekeren.

Probleemverhalen in de praktijk

Cliënten die zich identificeren met probleemverhalen, kunnen er moeilijker afstand van nemen. Ze zien het verhaal alsof het de exacte realiteit vertegenwoordigt. Het volgende werkblad helpt hen om een meer beschouwend perspectief in te nemen.

Stel, een cliënt vertelt over een relatie met zijn vriendin Loes die hij enkele jaren geleden na een ruzie verbroken heeft. Piekergedachten als wie wat zei, wie er fout was en wat de cliënt anders had kunnen doen, dringen zich telkens aan hem op. De therapeut vraagt om het verhaal op het werkblad samen te vatten en het een titel te geven.
probleemverhalen-voorbeeld
Therapeut: “Het Loes-verhaal. Wanneer is dat verhaal ontstaan?”
Cliënt: “Na de ruzie.”
Therapeut: “Dus de feitelijke ruzie was al voorbij en toen ontstond het Loes-verhaal. Van wie heb je dat verhaal geleerd?”
Cliënt: “Van mezelf.”
Therapeut: “Je hebt het verhaal zelf gemaakt? Hoe was je leven toen je dat verhaal nog niet gemaakt had?”
Cliënt: “Beter, maar dat komt door die ruzie.”
Therapeut: “Hoe lang duurde die ruzie?”
Cliënt: “Zo’n twee uur.”
Therapeut: “En het Loes-verhaal, hoe lang valt dat verhaal je al lastig?”
Cliënt: “Bijna twee jaar.”
Therapeut: “Wie zou je zijn zonder dat verhaal?”
Cliënt: “Dan zou ik verder kunnen met mijn leven.”

Identificatie met probleemverhalen verminderen

Albert Ellis – de grondlegger van rationeel-emotieve therapie – zei ooit: “Niet de situatie zelf  leidt tot problemen, maar gedachten over de situatie.” Cliënten die vertellen last te hebben van een situatie, ervaren meestal meer negatieve emoties vanwege zich telkens herhalende probleemverhalen dan van de feitelijke situatie zelf. Bovendien geven zich herhalende probleemverhalen de realiteit zelden goed weer. Ze dringen zich actief aan cliënten op.

Probleemverhalen kunnen zich beter aan cliënten opdringen omdat ze zijn opgebouwd uit gedachten die de meest heftige emoties oproepen. Alle gedachten in het Loes-verhaal beschikken over een of meer eigenschappen waardoor ze zich beter kunnen opdringen dan andere gedachten. Door middels het werkblad een beschouwend perspectief in te nemen, neemt de identificatie met het probleemverhaal af en kan het zich minder sterk aan cliënten opdringen. Identificatie verminderen met het probleem(verhaal) vormt onderdeel van de eerste stap van de ICARUS training.

Nuttige identificatie verminderende vragen die je kunt stellen met betrekking tot dit werkblad zijn:

“Wanneer heb je dat verhaal geleerd?”
“Van wie heb je dat verhaal geleerd?”
“Hoe was je leven voor je dat verhaal leerde?”
“Wie zou je zijn zonder dat verhaal?”
“Als het verhaal ineens uit je geheugen gewist was, wat zou het probleem dan nu (op dit moment) dan zijn?”
“Hoe lang duurde het feitelijke probleem en hoe lang valt het verhaal daarover je lastig?”

probleemverhalen

Klik op de afbeelding voor een A4 formaat. (Copyright, PIVOO Instituut, Paul Camp, geen toestemming commercieel gebruik)

Wil je wekelijks werkbladen ontvangen? Wordt nu lid van onze groep Cognitieve Animatietherapie in Linkedin!

email
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *