Positieve intentie

“Een positieve intentie schuilt achter ieder gedrag.” is een uitspraak die je vaak terugvindt binnen NLP. Maar ook counselling maakt gebruik van positieve intenties in de vorm van onvoorwaardelijke positieve waardering.  Waar komt die positieve intentie vandaan? Wanneer spreek je van een positieve intentie? En hoe kun je positieve intenties gebruiken binnen therapie?

Een positieve intentie achter ieder gedrag

Binnen NLP worden positieve intenties genoemd als een van de acht veronderstellingen van Bandler. Counselling baseert zich op het humanisme waarbij men uitgaat van de veronderstelling dat de mens goed is. Een kenmerk van vooronderstellingen is dat ze niet verklaard hoeven te worden. Hoewel NLP en counselling verwijzen naar positieve intenties, bieden ze er geen verklaringen voor.

Binnen cognitieve animatietherapie spreken we niet van positieve intenties, maar van ‘goede bedoelingen’. In de praktijk komen beide begrippen nagenoeg overeen. Het ontstaan van goede bedoelingen wordt binnen cognitieve animatietherapie verklaard aan de hand van de evolutietheorie. Alle gedrag heeft een evolutionaire functie; ofwel een goede bedoeling voor jezelf. Natuurlijke selectie ondersteunt alleen gedrag dat de kans op overleven vergroot. Daarom kunnen mensen vandaag de dag alleen gedrag vertonen dat gemotiveerd wordt door een goede bedoeling voor henzelf.

Positieve intenties, slechte oplossingen

Positieve intenties kun je uitdrukken in de vorm van een behoefte. Hoewel er altijd een positieve intentie of goede bedoeling achter gedrag schuilt, kiezen mensen soms toch voor slechte oplossingen. Bijvoorbeeld:

positieve intentie henk“Henk vertelt dat hij zijn vrouw uitscheldt omdat ze hem negeert. De gekozen oplossing is ‘uitschelden’. De goede bedoeling die Henk met dat gedrag voor zichzelf heeft is ‘behoefte aan aandacht.’ De therapeut erkent Henk zijn behoefte aan aandacht. Iedereen heeft wel eens behoefte aan aandacht. Maar de gekozen oplossing – zijn vrouw uitschelden – is niet wenselijk. Samen zoeken ze naar alternatieve oplossingen die zowel in Henk zijn behoefte aan aandacht voorziet als in de behoefte van zijn vrouw om niet uitgescholden te worden. Een gesprek voeren over wat ieder die dag heeft meegemaakt blijkt in de behoefte van zowel Henk als van zijn vrouw te voorzien. Henk spreekt af om het gedrag ‘uitschelden’ te vervangen door het gedrag ‘een gesprek voeren’ waarmee hij beter in zijn behoefte kan voorzien.”

Alle gedrag is een poging om te voorzien in een goede bedoeling; uitgedrukt in een behoefte. Wanneer je bij probleemgedrag – zoals uitschelden – op zoek gaat naar alternatieven, is het belangrijk om te weten welke goede bedoeling daar achter schuilgaat. Het alternatieve gedrag moet namelijk beter voorzien in de behoefte dan het oorspronkelijke probleemgedrag. Doet het dat niet, dan houdt het nieuwe gedrag geen stand. Je kunt verhoudingen tussen goede bedoelingen en gekozen oplossingen gemakkelijk in kaart brengen met het volgende schema.

Positieve intentie

Tot slot helpt het spreken in termen van goede bedoelingen om conflicten en weerstand te verminderen. Spreken in termen van ‘gekozen oplossingen’ in plaats van gedrag, helpt om gemakkelijker te kiezen voor nieuw gedrag. Meer informatie over werken met goede bedoelingen vind je in het boek cognitieve animatietherapie en in de ICARUS-training.

email
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *