Verhaal en rouwverwerking

Cognitieve animatietherapie kan op verschillende manieren bijdragen aan rouwverwerking en zingeving na verlies. Een belangrijk uitgangspunt is daarbij dat mensen hun cognities of verhalen niet kunnen uitgummen of vergeten. Cognities kunnen hooguit meer of minder actief worden. Bij een heftige verlieservaring zijn herinneringen en verhalen met een negatieve emotionele lading vaker veel meer actief dan andere herinneringen. Cognitieve animatietherapie veronderstelt dat gedachten eigenschappen hebben die hun activiteit beïnvloeden en cognities met een negatieve emotionele lading hebben een sterker vermogen om aandacht op te eisen dan minder negatief geladen cognities.

We kunnen die intrusieve negatieve verhalen niet doen verdwijnen, die gedachten hebben we voor het leven. Maar het is wel mogelijk om anders met de verhalen om te gaan én om er positieve, betekenisvolle elementen aan toe te voegen. En juist het toevoegen van positieve verhaalelementen kan ervoor zorgen dat de emotionele lading van het hele verhaal meer neutraal wordt, waardoor ook de activiteit afneemt. Een voorbeeld:

“Geert zijn vader overleed twee jaren geleden. Hij verwaarloosde zijn zoon tijdens Geert zijn jeugd en toen Geert eenmaal volwassen was heeft hij het contact met zijn vader verbroken. Maar nu zijn vader overleden is, voelt Geert dat hij niet alles heeft kunnen zeggen. En ook kan hij zijn moeilijke jeugd moeilijk accepteren. Nu zijn vader er niet meer is, voelt hij nog sterker dat hij het verleden niet meer kan veranderen. En dat iedere kans op een vrolijke jeugd echt voorbij is.”

Samen met de therapeut maakt Geert eerst een verhaal van zijn jeugd tot zijn vertrek uit huis. Terwijl hij tekeningen maakt van zijn herinneringen, vertelt Geert over zijn meest aandacht-eisende herinneringen. De therapeut zit naast Geert en schrijft mee op een laptop.

Als de verhalen zijn verteld, worden de tekeningen gescand en bij de tekst gevoegd. Daarbij stelt de therapeut een groot aantal controle-versterkende vragen. Hoe groot moet het lettertype zijn? Welke kleur? Wil Geert nog iets toevoegen of veranderen? Deze vragen geven Geert controle over zijn verhaal. Hij bepaalt exact hoe alles eruit komt te zien. Het positieve, veilige gevoel van controle wordt daarmee ook aan het negatieve verhaal toegevoegd. En omdat de negatieve emotionele lading van het verhaal daardoor afneemt, kan het zich ook niet zo gemakkelijk meer opdringen aan Geert.

Een volgende stap is om positieve uitzonderingen aan het verhaal toe te voegen. Geert vertelt over positieve momenten die hij met zijn vader had. De positieve momenten worden in het verhaal opgenomen waardoor de algehele emotionele lading weer neutraler wordt.

Tot slot voegt Geert inzichten toe die hij meeneemt uit zijn ervaring. Zijn vader verwaarloosde hem bijvoorbeeld waardoor Geert al vroeg leerde om erg zelfredzaam te zijn. En hoe onterecht de verwaarlozing ook was, die zelfredzaamheid heeft hem ook geleerd hoe sterk hij is. Ook voorbeelden van zijn kracht in zijn huidige leven worden aan het verhaal toegevoegd.

Verhalen ontwikkelen

Cognitieve animatietherapie veronderstelt dat mensen hun verhalen ruwweg in vijf niveaus ontwikkelen. Deze niveaus zijn:

  • Het slachtofferverhaal
  • Het overwinningsverhaal
  • Het genuanceerde verhaal
  • Geen verhaal
  • Je verhaal bedenken

Veel verhalen van verlies beginnen als slachtofferverhaal. Het verlies is de cliënt overkomen. En de cliënt stond machteloos tegenover de gebeurtenissen. Het woord slachtoffer heeft soms een negatieve conotatie omdat we niet willen dat cliënten in een slachtofferpositie blijven. Maar mensen zijn weldegelijk soms het slachtoffer van gebeurtenissen en het slachtofferverhaal verdient om gehoord en gerespecteerd te worden.

Bij een slachtofferverhaal is er altijd sprake van slechts één perspectief. De cliënt vertelt over zijn negatief beleefde realiteit. Vaak ontwikkelen slachtofferverhalen zich eerst tot overwinningsverhalen. Ja, het verlies en de rouw waren pijnlijk, maar de cliënt heeft ook iets overwonnen. Het enkele perspectief wordt uitgebreid naar twee perspectieven en er ontstaat een eerste keuze in hoe de cliënt zijn verhaal wil bekijken.

Het genuanceerde verhaal gaat weer een stap verder. Het toont hoe er tussen het meest negatieve verhaal en het meest optimistische overwinningsverhaal een spectrum aan zienswijze ligt en manieren waarop het verhaal verteld kan worden. En de cliënt experimenteert met zijn verhaal vanuit verschillende invalshoeken te vertellen. Geert noemt dat zijn overleden vader hem verwaarloosde, maar ook dat hij een goed gevoel voor humor had. En hoeveel hij altijd klaarstond voor zijn collega’s.

Naarmate de cliënt bewust op heel verschillende wijze verhalen vertelt ontstaat het besef dat de cliënt zelf zijn verhaal niet is. Geert is niet het product van het verhaal van zijn verleden. En zijn vader is ook meer dan alleen de verhalen die over hem verteld worden. Het besef dat je niet je verhaal bent, helpt om verhalen niet langer te zien als absolute waarheden. Ook het rouwverhaal is maar een verhaal.

Het laatste niveau is je verhaal bedenken. Hier worden verhalen niet meer gezien als realiteiten, maar meer als middelen waarmee cliënten een perspectief kunnen kiezen dat het meeste bijdraagt aan welbevinden en positieve ontwikkeling. Geert vertelt het verhaal van hoe hij door zijn eigen pijn empathie leerde, door verwaarlozing zelfredzaamheid. Hij vertelt over hoe hij leerde wat echt belangrijk voor hem is in zijn leven. En hij legt de nadruk op zijn vader zijn humor, want die leeft in hem voort. Geert is zich goed bewust dat er nog veel meer perspectieven zijn, maar hij kiest voor deze perspectieven omdat ze zoveel bijdragen aan zijn huidige leven. Hij kan het verleden niet veranderen, maar de herinneringen en verhalen zijn zijn bezit. En die mag hij altijd gebruiken om zijn welzijn te verbeteren.

De 6 dimensies van verlies

Dat we verhalen kunnen gebruiken om tot rouwverwerking en persoonlijke ontwikkeling te komen, wil zeker niet zeggen dat we verhalen met een negatieve emotionele lading moeten negeren. Sterker nog, het voorbij willen gaan aan intrusieve verhalen is een vorm van vermijding die het intrusieve karakter van die verhalen alleen maar sterker maakt.

Tijdens het spreken over negatieve aspecten van verlies focussen therapeuten vaak op slechts één of twee aspecten. De zes dimensies van verlies helpen om het verlies breder te bespreken. Deze dimensies zijn:

Ervaring:

  • Wat me is aangedaan/overkomen.
  • Welke ervaring ik daardoor heb gemist.

Leren:

  • De niet-helpende dingen die ik leerde.
  • De behulpzame dingen die ik niet leerde.

Heden:

  • Wat ik nu heb door deze ervaring.
  • Wat ik nu niet heb door deze ervaring.

Door alle verlies in kaart te brengen ontstaat de mogelijkheid om het verlies dieper te verwerken. Ook kan de cliënt beter nagaan in welke behoeften nog onvoldoende wordt voorzien en welke coping skills hij nog graag zou willen leren. En over het verlies waar niets meer aan kan worden veranderd kan hij rouwen.

Klik op de afbeelding voor een A4 formaat. (Copyright, PIVOO Instituut, Paul Camp, geen toestemming commercieel gebruik)
email
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.